Minderjarigen hele nacht en ochtend vastgehouden na lockdownfeest: "Nachtelijke opsluiting zou ultimatum moeten zijn"

Media

16 februari 2021

"In Kapellen zijn zaterdagavond 7 minderjarigen betrapt op een lockdownfeestje. Ze werden pas in de loop van zondag weer vrijgelaten nadat ze heel de nacht verhoord werden door agenten van Politiezone Noord en nadien nog naar Antwerpen moesten om meteen voor de jeugdrechter te verschijnen. De ouders van de jongeren hadden heel wat kritiek op die aanpak. "Dit kan een enorm traumatische ervaring geweest zijn", vertelt advocaat Joris Van Cauter."

 

Interview van 16 februari 2021 in De Ochtend op Radio 1:

https://radio1.be/minderjarigen-hele-nacht-en-ochtend-vastgehouden-na-lockdownfeest-nachtelijke-opsluiting-zou

 

Foto © Philip Lange / Shutterstock.com

Laatste publicaties

DS, 29 april 2021

Als de journalist zijn pen laat leiden

Joris Van Cauter

Advocaat van een van de beklaagden in de zaak-Reuzegom en van een van de politieagenten in de zaak-Bangoura.

 

Gerechtelijke journalisten laten zich te vaak voor iemands kar spannen, ziet Joris Van Cauter. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Volstaat de zelfregulering van de media om partijdigheid te voorkomen?

Gerechtsjournalistiek kan meer zijn dan het verslag over de slechte soap die het leven soms is. Het is belangrijk dat de bevolking gerust en vrij kan leven in de gedachte dat recht wordt gedaan en dat de pers daar op een zorgvuldige en bedachtzame wijze mee over waakt, en dat ze zelfs onrecht aan het licht brengt. Denk aan Watergate. Of aan de terechtstelling van de onschuldige Vlaamse arbeiders Jean Coucke en Pieter Goethals in Charleroi op 16 november 1860.

Coucke en Goethals werden veroordeeld op een proces dat boven hun hoofd werd gevoerd in het Frans, een taal die zij niet verstonden, en met als tolk een Luxemburgse rijkswachter die het Frans noch het Nederlands meester was. Zelfs toen de werkelijke daders enkele jaren later bekentenissen aflegden, bleef procureur-generaal Charles de Bavay overtuigd van hun schuld. Het is in grote mate door de onverdroten ijver van de Antwerpse journalist en politicus Harry Peters dat Coucke en Goethals eerherstel kregen.

Een recenter voorbeeld vind ik niet meteen. En dat ligt heus niet aan onze feilloze justitie. Vandaag laten sommige journalisten hun pen leiden door een deel van het strafdossier dat ze krijgen van een partij in het proces, die een eigen agenda heeft. Ook al schrijft de journalist de hem aangereikte processen-verbaal letterlijk over in de krant, dan nog schetst hij een vertekend beeld. Want dat zijn maar enkele bladzijden uit het dikke strafdossier. Voor een goed begrip moet je het volledige dossier lezen, van voren naar achteren.

 

Verzinsels

Mijn stelling, dat het om een gevaarlijke vorm van overschrijven gaat, is eigenlijk nog te voorzichtig. Het is veel erger. Op 23 april heeft de Raad voor de Journalistiek geoordeeld dat de berichtgeving van journalist Douglas De Coninck in De Morgen naar aanleiding van het Reuzegom-dossier vals is (DS 27 april). Een jongeman die geen publiek figuur is en niet betrokken was bij de fameuze doop, werd met naam en voornaam in de krant vermeld. De journalist citeerde overvloedig uit zijn verklaring aan de politie. Die citaten zijn bedoeld om afschuw op te wekken en afkeer te creëren voor de jongeman en zijn naasten. Uit de beslissing van de Raad voor de Journalistiek blijkt dat het niet eens echte citaten zijn, het zijn verzinsels van de journalist, woorden die uit de context zijn gehaald of zo zijn samengebracht dat er een volledig verkeerd beeld ontstaat van wat de jongeman in werkelijkheid zei tijdens het verhoor.

 

Het is onaanvaardbaar dat je in dit land als journalist in alle rust verder kunt doen met tien of meer veroordelingen op je kerfstok

De Raad stelt nog dat de vermelding van de naam en voornaam in de krant zijn privéleven aantast, meer dan vereist was door het maatschappelijke belang van de berichtgeving. De Coninck noch De Morgen lijkt te beseffen dat het om een fundamentele fout ging. De eerste reageerde op Twitter met een inmiddels verwijderd fragment van een sketch uit Wat als?. Wat hij daarmee bedoelde, is onduidelijk. Wat als het echt waar was geweest? De Morgen verontschuldigde zich afgelopen maandag voor de onzorgvuldigheden in het stuk en voor de schending van de privacy. In datzelfde artikel waren de naam en voornaam opnieuw voluit vermeld. Dat is lachen met de beslissing van de Raad. Dat kan natuurlijk ook, want zo’n beslissing heeft alleen een moreel gezag, sancties legt de Raad niet op.

Je kunt in dit land als journalist in alle rust verder doen met tien of meer veroordelingen op je kerfstok. Dat is onaanvaardbaar, en niet alleen voor de enkelingen die er het slachtoffer van worden. Want op die manier vormt de vierde macht een gevaar voor de rechtsstaat. Zo’n kwaadwillige berichtgeving leidt ertoe dat mensen het recht in eigen handen nemen, hitst mensen tegen elkaar op en leidt finaal tot ongeloof in de media.

Het bemoeilijkt ook het werk van justitie. Kun je als advocaat nog iemand (bijvoorbeeld een getuige) adviseren vrijuit te spreken in een gerechtelijk onderzoek, wanneer je niet kunt garanderen dat zijn verklaring de volgende dag niet verdraaid in de krant staat? Zwijgen is dan ook een legitieme optie.

 

Waarheidsliefde

De bevoorrechte positie en bescherming van journalisten zijn democratisch noodzakelijk. Hun bronnengeheim is beter beschermd dan dat van een advocaat of dokter. Maar die bescherming is niet vrijblijvend. Ze vereist dat journalisten bekwaam en genoeg onderlegd zijn om hun onderwerp te begrijpen, en onpartijdig en verstandig genoeg zijn om zich niet voor iemands kar te laten spannen. Dat ze zich laten leiden door waarheidsliefde in plaats van door sensatiezucht. In een gezonde democratie kan een functionerende en onafhankelijke vierde macht maatschappelijk belangrijke thema’s op de agenda plaatsen, de rijken en machtigen in het gareel houden en schandalen aan de kaak stellen. Dat verklaart waarom dictators en kleptocraten het niet alleen op rechters en advocaten hebben gemunt, maar ook op journalisten. Macht is een gevaarlijk en moeilijk hanteerbaar instrument, ook voor diegenen die alleen de pen hanteren.

Of de zelfregulering via de Raad voor de Journalistiek voldoende is om de balans in evenwicht te houden, valt te betwijfelen. Diezelfde Douglas De Coninck is genomineerd voor de Belfius Persprijs met het artikel ‘Het laatste levensuur van Lamine Bangoura’. Dat stuk is in hetzelfde bedje ziek: partijdig, partieel en vol bedrieglijke citaten uit het strafdossier, die politiemensen afschilderen als onmensen of moordenaars. Het surfte mee op de golven van Black Lives Matter en creëerde een sfeer waarin politiemensen niet naar hun proces voor de kamer van inbeschuldigingstelling durfden te gaan.

Dat de kamer van inbeschuldigingstelling in Gent in een uitgebreid arrest van 25 bladzijden alle insinuaties en beschuldigingen van tafel heeft geveegd, is blijkbaar niet van belang voor de jury van de Belfius Persprijs. Het krantenartikel is volgens Belfius allicht beter dan het arrest. Fictie gaat boven de waarheid. We zijn op een beangstigend hellend vlak aanbeland.

 

Opiniestuk van Joris Van Cauter in De Standaard van 29 april 2021:

https://www.standaard.be/cnt/dmf20210428_97748691?utm_source=standaard&utm_medium=social&utm_campaign=send-to-a-friend    

foto: © Lectrr

Lees meer
DS, 16 maart 2021

‘Lamine Bangoura is George Floyd niet’

“De acht agenten die betrokken waren bij de uithuiszetting waarbij Lamine Bangoura (27) om het leven kwam, moeten zich niet verantwoorden voor een rechtbank. Dat besliste de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling dinsdagochtend. De nabestaanden trekken nu naar het Hof van Cassatie.”

Artikel in De Standaard van 16 maart 2021:

https://www.standaard.be/cnt/dmf20210316_93269006

Lees meer
9 maart 2021

Het Europees Openbaar Ministerie: België neemt laatste horde

In het voorjaar van 2017 stelden zestien lidstaten de Europese instellingen in kennis van hun voornemen om middels nauwere samenwerking, onder de vorm van een Europees Openbaar Ministerie, fraude ten nadele van de EU-begroting te bestrijden. Amper twee maanden later, op 8 juni 2017, bereikten de (inmiddels) twintig EU-lidstaten die deelnemen aan deze nauwere samenwerking een politiek akkoord over de wetgeving die de details stipuleert aangaande de werking en rol van het Europees Openbaar Ministerie. Uiteindelijk trad de Verordening tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie in werking op 20 november 2017.

De rol van het EOM valt het best te omschrijven als een onafhankelijke Europese instantie die losstaat van de traditionele EU-rechtsinstrumenten voor samenwerking tussen de gerechtelijke autoriteiten van de verschillende lidstaten. Het EOM is immers operationeel in elke deelnemende lidstaat. De grote troef van deze nieuwe instantie zou de snelheid zijn waarmee het over nationale grenzen heen zou kunnen werken, zonder voorafgaande ellenlange procedures aangaande justitiële samenwerking. Het EOM fungeert met name als één instantie in alle lidstaten.

De materiële bevoegdheid omvat in essentie het bestrijden van fraude en hieraan gerelateerde misdrijven die een impact kennen op de financiële belangen van de EU. Het EOM is evenwel in geen geval bevoegd voor strafbare feiten aangaande nationale directe belastingen, inclusief de daarmee onlosmakelijk verbonden strafbare feiten.

De structuur van het EOM is tweeledig en kan worden opgedeeld in een strategisch niveau bestaande uit een Europese hoofdaanklager en de Europese aanklagers die samen het college van openbare aanklagers vormen, en een operationeel niveau met de gedelegeerde Europese aanklagers en vaste kamers.

Ter verdere uitvoering van de Verordening benoemde de Raad op 27 juli 2020 22 Europese aanklagers.

Intussen werden ook in België de nodige wetgevende initiatieven genomen teneinde het EOM operationeel te maken.

Op 24 februari 2021 is de wet van 17 februari 2021 houdende diverse bepalingen inzake justitie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad die hierbij tevens in werking is getreden. Voormelde wet regelt de verdere concretisering van het EOM.

De Europese aanklager en de gedelegeerde Europese aanklagers zijn over het hele Belgische grondgebied bevoegd voor de uitoefening van de strafvordering voor de misdrijven die de financiële belangen van de Europese Unie schaden.

Wanneer een misdrijf dat de financiële belangen van de Unie schaadt, aanhangig wordt gemaakt bij de procureur des Konings, de procureur-generaal of de federale procureur, brengt deze de gedelegeerde Europese aanklagers onmiddellijk op de hoogte.

De wet bepaalt dat de Europese aanklagers over dezelfde bevoegdheid beschikken bij uitoefening van hun opdracht als de Belgische procureur des Konings.

Verder stelt de wet in artikel 9 dat de Europese aanklager en de gedelegeerde Europese aanklagers een Belgische onderzoeksrechter moeten vatten om bepaalde onderzoeksdaden te vorderen. In elk van de rechtsgebieden van de hoven van beroep wordt er één onderzoeksrechter aangeduid die over de nodige ervaring beschikt voor het onderzoek naar de misdrijven waarvoor het EOM bevoegd is.

Met de wet van 17 februari 2021 is de laatste horde genomen richting de concrete implementatie van een EOM in de Belgische rechtsorde.

Of het EOM ook in werkelijkheid zaken zal afhandelen, blijft echter de vraag. Zeker nu artikel 3 van de Wet van 24 februari 2021 de mogelijkheid voorziet om de beslissing van de Europese aanklagers om de zaak naar zich toe te trekken, te betwisten bij het College van Procureurs-generaal.

 

Foto © AP Images/European Union-EP

Lees meer

Wij gebruiken cookies

Door deze website te gebruiken, aanvaardt u de cookies. Voor meer informatie, zie ons privacy- en cookiesbeleid