Welkom bij Van Cauter Advocaten

Wie zijn we

Van Cauter Advocaten is een jong, maar ervaren kantoor gespecialiseerd in het strafrecht. Een team van zes advocaten staat particulieren en professionelen bij in vaak delicate, mediagevoelige en juridisch technisch complexe dossiers. Er wordt bij de behandeling van elke dossier steeds ingezet op grondigheid, zowel op procedureel vlak als op inhoudelijk vlak. Het kantoor streeft steeds naar een heldere en pragmatische aanpak van elk dossier. De omvang van het kantoor garandeert de cliënt een persoonlijk contact met de advocaat die het dossier opvolgt. Transparantie, vertrouwelijkheid en overleg met de cliënt staan daarbij altijd centraal.

Laatste publicaties

Radio 1 - De Ochtend, 6 januari 2023

Joris Van Cauter over terreurproces: "Voorzitter is aan het bricoleren, ze had op voorhand moeten samenzitten"

Het botert niet, in het proces over de aanslagen, tussen politie en justitie. De voorbije dagen werd het proces beheerst door discussies over de naaktfouilles van beschuldigden. Had het anders gekund? Advocaat Joris Van Cauter vindt van wel. 

 

Beluister het volledige interview met mr. Van Cauter op onderstaande link:

https://radio1.be/luister/select/de-ochtend/joris-van-cauter-over-terreurproces-voorzitter-is-aan-het-bricoleren-ze-had-op-voorhand-moeten-samenzitten

 

Foto © BELGA

Lees meer
De Standaard, 3 januari 2023

Burgemeesters zijn geen rechters

Justitie slaagt er niet in om het recht op leven en het recht op eigendom te beschermen. Politici van de uitvoerende macht zoeken zelf oplossingen, maar Joris Van Cauter vindt dat efficiënt noch wenselijk.

Nieuwjaarsvuurwerk wordt niet langer verticaal maar nu ook horizontaal geschoten. Liefst in de richting van politieagenten, ambulanciers of brandweerlieden. Samen met enkele brandende wagens in de straat lijkt een kwalijke traditie vorm te krijgen. Geen feest in de stad zonder geweldexcessen. Ook het voorbije weekend was het niet anders. En hoewel het voorbije wereldkampioenschap al duidelijk maakte hoe in grootsteden gefeest wordt, kon men het toch opnieuw niet voorkomen.

Als burger krijg je de indruk dat dit fenomeen aanvaard wordt als een fataliteit waar niet aan te ontkomen valt. Zo’n defaitisme is kwalijk voor de legitimiteit van een democratische rechtstaat. Daarvan mag je verwachten dat grondrechten, zoals het recht op leven en het recht op eigendom beschermd worden. Een overheid die die kerntaak niet kan vervullen, is mislukt.

Je zou in eerste instantie moeten kunnen vertrouwen op een performant gerechtelijk apparaat. Dat is een justitie die verdachten van ernstige misdrijven vervolgt en, wanneer ze na een eerlijk proces schuldig blijken, ook bestraft. Uit wat ik hoor en lees, staat het vast dat het om ernstige feiten gaat: brandstichting bij nacht, slagen en verwondingen aan agenten van de openbare macht. Het strafwetboek voorziet daarvoor straffen met opsluiting tot tien jaar. Afhankelijk van mogelijk verzwarende omstandigheden, een brand met dodelijke afloop bijvoorbeeld, kan dat oplopen tot levenslange opsluiting.

   • Hulpverleners grootste mikpunt tijdens feestnacht

De wet blijft in deze doorgaans dode letter. Dat de daders zullen geïdentificeerd en gestraft worden, is wat we te horen krijgen van de politici, maar het gebeurt niet. Het falen van justitie op dit vlak is totaal en onaanvaardbaar. Het gebrek aan rechtsbescherming is structureel, doet zich voor op alle vlakken en vooral in Brussel.

Wachtlijsten

Recht dat niet binnen een redelijke termijn komt, bestendigt alleen maar het onrecht. Een voorbeeld uit de praktijk zegt het helemaal. Een schrijnwerkersbedrijf voert werken uit in een Brussels museum en wordt daarvoor niet betaald door de hoofdaannemer. Er volgt een procedure voor de toenmalige rechtbank van Koophandel (thans ondernemingsrechtbank) in Brussel die leidt tot een voor de schrijnwerker gunstig vonnis op 16 december 2016. Er volgt hoger beroep en het Hof van Beroep in Brussel voegt op 20 maart 2017 de zaak toe ‘aan de wachtlijst van deze kamer’.

Dat de daders van de rellen zullen geïdentificeerd en gestraft worden, is wat we te horen krijgen van de politici, maar het gebeurt niet.

 

Wanneer de zaak effectief gepleit kan worden, is nog altijd niet geweten. Een laatste telefoon met de griffie gaf aan dat de zaak vermoedelijk in oktober 2023 kan worden behandeld. Ik durf het aan mijn cliënt nauwelijks te zeggen. Een jaar eerder had de griffie me al gezegd dat vermoedelijk in november 2022 kon worden gepleit.

De partij te kwader trouw wordt beloond en wie te goeder trouw is, maar krap bij kas, kan aan dit justitieel falen ten onder gaan. Met een dergelijke justitie van Brussel een Europees handelscentrum maken of België op de kaart zetten als een betrouwbaar land om in te investeren, is een illusie. Niet te verwonderen dat grote bedrijven zoeken naar buitengerechtelijke afhandeling van geschillen of uitwijken naar buitenlandse vestigingsplaatsen.

Scheiding der machten

De strafrechtelijke pendant van die algehele justitiële impasse is dat onze amokmakers van het voorbije weekend nog minstens een jaar of acht ongestoord kunnen ‘feesten’ zonder al te veel kopzorgen. Of langer. Net zoals bedrijven lijken ook de politici hun geloof in een efficiënte justitie te hebben opgegeven. Ze gaan het dan maar zelf doen. Op die manier zoeken ze naar alternatieve oplossingen zoals GAS-boetes die recent werden verhoogd of bestuurlijke huisarresten.

Dat is veel kwalijker. Straffen komen zo niet langer tot stand na een proces voor een onafhankelijke rechter maar worden uitgesproken door bestuurders of hun ambtenaren. In zoverre zelfs dat de burgemeester van Antwerpen meende te mogen overgaan tot preventieve vrijheidsberoving (DS 31 december 2022). Efficiënt bleek het allerminst, de verwachte rellen hebben naar traditie kunnen plaatsvinden. Misschien was er zelfs een averechts effect. Een deel van de politiemacht was gereserveerd om nazicht te doen op de naleving van de verschillende huisarresten.

Het is tekenend om te zien hoe de politie het grootste deel van haar tijd besteedt aan bestuurlijke opdrachten in de plaats van gerechtelijke. Er is discussie of een wettelijke basis bestaat die toelaat dat burgemeesters tot zulke vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen overgaan. Volgens mij is die er niet, volgens anderen wel. Belangrijker is de vraag of we vinden dat het moet kunnen. Daarop is mijn antwoord negatief. Als justitie niet meer werkt, is de oplossing niet gelegen in het opheffen van de scheiding der machten en de bestuurders dan maar rechter te laten spelen.

De oplossing moet zijn het gerecht opnieuw te laten functioneren, zodat misdrijven effectief vervolgd worden, en rechters zich kunnen uitspreken over recente feiten. Het is een open deur waar al over gesproken werd toen ik nog rechtenstudent was. Die deur zo lang openlaten maakt dat het systeem van binnenuit verrot en kapot gaat. De minister van Justitie zette zijn domein als een merk in de markt: ‘team justitie’. Om in dat jargon te blijven denk ik dat de burger zich vragen begint te stellen bij de coach ervan. Er is werk op de plank voor 2023. Want (blijven) falen is echt geen optie.

 

Artikel uit De Standaard, 3 janauri 2023

Foto © epa

Lees meer
De Standaard, 30 november 2022

Roepen in de Qatarese woestijn

Onze verontwaardiging over de mensenrechtenschendingen in Qatar is selectief en hypocriet, vindt Joris Van Cauter. En ze getuigt van weinig kennis over de invulling van de mensenrechten in moslimlanden.

 

In 1978 voerde het cabaretduo Freek de Jonge en Bram Vermeulen, Neerlands Hoop in Bange Dagen, actie voor een boycot van het WK in het dictatoriale Argentinië. Ze trokken de theaters rond met de voorstelling Bloed aan de paal. Het Nederlandse elftal ging toch en bereikte de finale van het WK. Acht jaar later kreeg voormalig dictator Videla

levenslang ­wegens zijn betrokkenheid bij moorden, ontvoeringen en folteringen.

Dat de Rode Duivels niet naar ­Qatar zouden gaan, is nooit een issue ­geweest, wij ontwaken klaarblijkelijk iets later. En dan schrikken we omdat de Qatari geen bierliefhebbers zijn en anders denken over lgbti.

Een principieel standpunt van de spelers is er niet gekomen en dat is maar goed ook. Het zou het toppunt van hypocrisie geweest zijn. Stel je voor dat Eden Hazard een gele of rode kaart had gekregen vanwege de One­Love-armband, terwijl hij het hele jaar door reclame maakt voor de luchtvaartmaatschappij Emirates. Net zoals Kylian Mbappé reclame maakt voor Qatar Airways en Kevin De Bruyne voor Etihad Airways. De hele Champions League is een feestje op kosten van de Golfstaten. Geen enkele voetbalcommentator die dat feestje bederft met ethische overpeinzingen. Ernst Happel, de Nederlandse bondscoach in 1978, was een stuk eerlijker toen hij zei: ‘Wat kunnen mij de mensenrechten schelen, we gaan naar ­Argentinië om te voetballen, politiek interesseert me niet.’ Mediatraining en een andere tijdgeest maken zulke uitspraken nu ondenkbaar.

Goddelijke oorsprong

Wie die uitspraak nu zou herhalen, zou te horen krijgen dat mensenrechten en politiek twee verschillende dingen zijn. Nochtans zijn mensenrechten, zeker de concrete invulling ervan, bij uitstek politiek. En dat is ook goed. De enige manier om grondrechten aan het politieke te onttrekken is door er een goddelijke oorsprong aan te ­geven. Dat is, bijvoorbeeld, het geval in de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten.

Hoe die rechten concreet in te vullen is politiek. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beseft dat en heeft daarom nog nooit een staat ­opgelegd om het homohuwelijk in te voeren. Zo wordt de normale, democratische en politieke besluitvorming gerespecteerd. Zo is het homohuwelijk in veel Europese landen ­ingevoerd en wordt het in die landen ook maatschappelijk gedragen.

Stel je voor dat Hazard geel had gekregen voor de OneLove-armband, terwijl hij het hele jaar door reclame maakt voor Emirates airlines

Zo’n vraagstuk moet veeleer politiek worden benaderd, niet louter juridisch. In dat laatste geval zou het ­opgelegd moeten worden door een kleine groep onverkozen rechters. In de VS is het holebihuwelijk zo door het Hooggerechtshof juridisch en mensenrechtelijk ingevoerd, in plaats van

politiek. De culturele en maatschappelijke kloof in de VS is daarmee niet bepaald minder geworden en we weten ondertussen ook dat het Amerikaanse Hooggerechtshof ook beslissingen kan nemen in de andere richting.

Islam als hoogste wet

De vlag van de mensenrechten in ­Qatar hijsen zal politiek in ieder geval weinig sporen nalaten. Het is roepen in de woestijn en getuigt van weinig kennis over de invulling van mensenrechten in de islamitische wereld. Er zijn twee juridische teksten die ons daarover iets kunnen leren. De ene is de Verklaring van Caïro van de Organisation of Islamic Cooperation (OIC), een internationale gouvernementele organisatie van 57 (overwegend) moslimlanden, waaronder Qatar en Saudi-Arabië, maar ook Turkije. Het ­andere is het Arabisch Handvest ­Mensenrechten van de Arabische ­Liga, een organisatie van 22 Arabische landen. Beide teksten vertrekken ­vanuit de ­islam als hoogste wet.

De interpretatie van bepalingen die soms heel gelijklopend lijken met artikelen uit de ‘westerse’ mensenrechtenverdragen, hebben dan een totaal andere uitkomst. Zo stelt het Arabisch Handvest Mensenrechten dat man en vrouw gelijk zijn in zoverre ‘positieve discriminatie’ van de vrouw op basis van de sharia mogelijk blijft. Maar het huwelijk is voorbestemd voor een man en een vrouw. Doodstraf, zelfs voor minderjarigen, wordt niet uitgesloten. Veel van die mensenrechten waarin het Arabisch Handvest voorziet, zijn voorbehouden aan de eigen staatsburgers, zoals rechten op sociale zekerheid, vrijheid van vereniging en vrijheid van vergadering.

Het politieke bij de invulling van die rechten is op die manier sterk ­teruggedrongen, de interpretatie zit vast in een islamitisch kader. Het ­holebihuwelijk is mensenrechtelijk uitgesloten, daar is geen armband of regenboogvlag ­tegen opgewassen. Mensenrechten zijn dan ook geen kwestie van textiel. Mensenrechten zijn – om Eleonore Roosevelt, bezielster van de Univer­sele Verklaring van de Rechten van de Mens, te parafraseren – iets dat dicht bij huis begint. Misschien moeten we, om op die gedachte door te gaan, beginnen met het respect voor de mensenrechten in de Belgische ­gevangenissen: ze worden er dagelijks met de voeten getreden. En laten we morgen nog een keer supporteren, irrationeel en ongecompliceerd zoals het hoort in de beleving van het voetbal. Misschien kunnen we dan de juridische, politieke en ethische discussies op een andere plaats en op een ­ander niveau voeren. Dan is er nog hoop in bange dagen.

 

Artikel uit De Standaard, 30 november 2022

Foto:  Lee Smith/reuters

Roepen in de Qatarese woestijn | De Standaard

 

Lees meer

Wij gebruiken cookies

Door deze website te gebruiken, aanvaardt u de cookies. Voor meer informatie, zie ons privacy- en cookiesbeleid