De theorie van het menselijke afval

Opiniestuk

8 mei 2020

Joris Van Cauter stelt zich enkele vragen bij wat het gerecht doet, en vooral: bij wat het niet doet. Waarom is er in ons land nog geen onderzoek naar de woonzorgcentra?

JORIS VAN CAUTER

Wie? Advocaat.

Wat? Onze rechtsstaat zal corona heus overleven, maar sommige verontrustende tendensen zetten zich nu wel sneller door.

Als mensen sterven, zijn juridische beschouwingen niet op hun plaats, al is het maar vanuit een zekere ‘emotionele correctheid’. Het coronavirus veroorzaakte de voorbije weken in de media een compassion sans limite waaraan moeilijk te ontsnappen viel. We voelden allemaal mee met de mensen in de zorg. We voelden ons allemaal slachtoffer.

Daar is op zich niet zoveel mis mee. Het leidde ertoe dat we de regels die ons werden aangereikt (of opgelegd) naleefden. Daardoor konden we mensen redden, inclusief onszelf. We hebben ze nageleefd. We hebben de curve zien stijgen, en nu, eindelijk, zien we ze dalen. Nu het stof een beetje gaan liggen is, kunnen we de vraag wel stellen: wat is de impact van corona op de gezondheid van onze justitie?

Is de rechtsstaat werkelijk in gevaar doordat er noodwetgeving is? Ik denk het niet. De Franse schrijver Michel Houellebecq gelooft niet dat de wereld zal veranderen na de corona­crisis (DS 5 mei). We worden niet beroofd van rechten en vrijheden die we voordien wel nog hadden. De stelling-Houellebecq blijft ook op juridisch vlak overeind: covid-19 maakt alleen dat enkele tendensen die al jaren bezig zijn, versnellen, of iets meer uit de verf komen.

Bancontact-justitie

Zo is er de tendens om de burger GAS-boetes te geven. Voor uiteenlopend onwenselijk gedrag, waarop het klassieke strafrecht een onvoldoende effectief antwoord heeft, kan een GAS-ambtenaar gemeentelijke administratieve sancties opleggen. Ook aan mensen die de coronamaat­regelen overtreden.

De rechtsstatelijke basis van dat systeem is wankel. Dat weet de wetgever maar al te goed. Het cynische is net dat de wetgever weet dat het bijna nooit tot een betwisting komt. Voor wie onterecht een boete krijgt, is het sop de kool niet waard: de rechtsgang om de boete te betwisten, is duurder dan de boete zelf. Het resultaat is dat de boetes bijna nooit worden betwist. Ambtenaren kunnen ze dan ook vrijelijk en ongecontroleerd uitschrijven. De eventuele prinzipienreiter is in ieder geval in zijn portemonnee gepakt, dat zal misschien impact hebben. Maar het systeem is juridisch kaduuk en fundamenteel ondemocratisch.

Het laatste idee van de voorzitter van het college van procureurs-generaal is om de boetes die de politie uitschrijft op dezelfde manier als GAS-boetes af te handelen. Wie er zich niet tegen verzet via een procedure voor de politierechtbank, zou de boete op zijn belastingbrief zien staan. Een bedenkelijke overdracht van het strafrecht naar het fiscaal recht, met discriminerende gevolgen. Uiteindelijk zullen alleen de mensen die al effectief financieel bijdragen aan de maatschappij de boete betalen. Straatboefjes zal je er niet mee op andere gedachten brengen. Een gelegenheidscoalitie van Groen, Ecolo, de PVDA en de N-VA heeft dat idee gisteren – voorlopig – tegengehouden in de Kamercommissie Justitie.

Dat de procureurs-generaal zich schijnbaar kunnen vinden in deze bancontact-justitie roept ernstige vragen op. Komt dit soort boetes de volksgezondheid werkelijk ten goede? Ligt de grootste strafrechtelijke verantwoordelijkheid op het niveau van de straat?

Schuldig verzuim?

België telt inmiddels meer dan 8.000 covid-19-doden. Meer dan de helft daarvan is overleden in een woonzorgcentrum. Dat de mortaliteit bij ouderen hoger ligt, is niet de enige verklaring daarvoor. Een blinde kan zien dat er fouten zijn gemaakt. Er is fout of niet gehandeld. Met veel doden tot gevolg. In welke mate kun je niet-handelen schuldig verzuim noemen? Op die vraag wil ik graag een antwoord krijgen.

In Duitsland, Spanje en Italië heeft het gerecht na klachten van het personeel, de vakbonden en nabestaanden, onderzoeken opgestart naar de woonzorgcentra. Het onderzoekt of ze voldoende veiligheidsmaatregelen hebben genomen, of ze ziek of besmet(telijk) personeel hebben doen werken, en of iedereen wel aangepaste medische zorg heeft gekregen.

Hoeveel zieke mensen uit een woonzorgcentrum worden in een ziekenhuis opgenomen? Niet zoveel, vrees ik. Ook al waren er elke dag voldoende beschikbare bedden in de ziekenhuizen. Nochtans blijkt niet iedere oudere kansloos te zijn tegen het virus. Wie is verantwoordelijk voor die beslissing?

Over welke kennis beschikten de beleidsmakers toen ze bepaalde keuzes maakten? De GAS-boetes uitschrijvende ambtenaar zal het ons niet vertellen. Het college van procureurs-generaal voorlopig ook niet. De indruk bestaat dat bepaalde informatie een nogal tsjernobylachtige behandeling heeft gekregen. Zal hetzelfde gebeuren als tijdens de bankencrisis? Daar heeft ook iedereen de prijs voor betaald, met uitzondering van de schuldigen. Of vinden we de dood van meer dan 4.000 ouderen niet meer problematisch? Is onze compassie dan toch niet zo grenzeloos?

De vloeibare samenleving

Corona lijkt de theorie van Zygmunt Bauman te bevestigen. In wat hij de vloeibare samenleving noemde, is er menselijk afval. Een deel daarvan wordt verzameld in woonzorgcentra: daar verblijft wie nutteloos is en niets meer te bieden heeft voor de economie, niet nu en zeker niet in de toekomst. De ouderen zullen het land niet uit de postcoronadepressie trekken, zij zullen de productie niet meer opdrijven. Daarom zijn we beter af zonder hen.

Dat is niet nieuw. Alleen maakt ons strafrecht dat nu iets duidelijker, door te doen wat het doet, en vooral door niet te doen wat het zou moeten doen.

 

Opiniestuk van Joris Van Cauter in De Standaard van 8 mei 2020:

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200507_04950042?utm_source=standaard&utm_medium=social&utm_campaign=send-to-a-friend

 

foto: © belga

Laatste publicaties

De Standaard, 30 november 2022

Roepen in de Qatarese woestijn

Onze verontwaardiging over de mensenrechtenschendingen in Qatar is selectief en hypocriet, vindt Joris Van Cauter. En ze getuigt van weinig kennis over de invulling van de mensenrechten in moslimlanden.

 

In 1978 voerde het cabaretduo Freek de Jonge en Bram Vermeulen, Neerlands Hoop in Bange Dagen, actie voor een boycot van het WK in het dictatoriale Argentinië. Ze trokken de theaters rond met de voorstelling Bloed aan de paal. Het Nederlandse elftal ging toch en bereikte de finale van het WK. Acht jaar later kreeg voormalig dictator Videla

levenslang ­wegens zijn betrokkenheid bij moorden, ontvoeringen en folteringen.

Dat de Rode Duivels niet naar ­Qatar zouden gaan, is nooit een issue ­geweest, wij ontwaken klaarblijkelijk iets later. En dan schrikken we omdat de Qatari geen bierliefhebbers zijn en anders denken over lgbti.

Een principieel standpunt van de spelers is er niet gekomen en dat is maar goed ook. Het zou het toppunt van hypocrisie geweest zijn. Stel je voor dat Eden Hazard een gele of rode kaart had gekregen vanwege de One­Love-armband, terwijl hij het hele jaar door reclame maakt voor de luchtvaartmaatschappij Emirates. Net zoals Kylian Mbappé reclame maakt voor Qatar Airways en Kevin De Bruyne voor Etihad Airways. De hele Champions League is een feestje op kosten van de Golfstaten. Geen enkele voetbalcommentator die dat feestje bederft met ethische overpeinzingen. Ernst Happel, de Nederlandse bondscoach in 1978, was een stuk eerlijker toen hij zei: ‘Wat kunnen mij de mensenrechten schelen, we gaan naar ­Argentinië om te voetballen, politiek interesseert me niet.’ Mediatraining en een andere tijdgeest maken zulke uitspraken nu ondenkbaar.

Goddelijke oorsprong

Wie die uitspraak nu zou herhalen, zou te horen krijgen dat mensenrechten en politiek twee verschillende dingen zijn. Nochtans zijn mensenrechten, zeker de concrete invulling ervan, bij uitstek politiek. En dat is ook goed. De enige manier om grondrechten aan het politieke te onttrekken is door er een goddelijke oorsprong aan te ­geven. Dat is, bijvoorbeeld, het geval in de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten.

Hoe die rechten concreet in te vullen is politiek. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beseft dat en heeft daarom nog nooit een staat ­opgelegd om het homohuwelijk in te voeren. Zo wordt de normale, democratische en politieke besluitvorming gerespecteerd. Zo is het homohuwelijk in veel Europese landen ­ingevoerd en wordt het in die landen ook maatschappelijk gedragen.

Stel je voor dat Hazard geel had gekregen voor de OneLove-armband, terwijl hij het hele jaar door reclame maakt voor Emirates airlines

Zo’n vraagstuk moet veeleer politiek worden benaderd, niet louter juridisch. In dat laatste geval zou het ­opgelegd moeten worden door een kleine groep onverkozen rechters. In de VS is het holebihuwelijk zo door het Hooggerechtshof juridisch en mensenrechtelijk ingevoerd, in plaats van

politiek. De culturele en maatschappelijke kloof in de VS is daarmee niet bepaald minder geworden en we weten ondertussen ook dat het Amerikaanse Hooggerechtshof ook beslissingen kan nemen in de andere richting.

Islam als hoogste wet

De vlag van de mensenrechten in ­Qatar hijsen zal politiek in ieder geval weinig sporen nalaten. Het is roepen in de woestijn en getuigt van weinig kennis over de invulling van mensenrechten in de islamitische wereld. Er zijn twee juridische teksten die ons daarover iets kunnen leren. De ene is de Verklaring van Caïro van de Organisation of Islamic Cooperation (OIC), een internationale gouvernementele organisatie van 57 (overwegend) moslimlanden, waaronder Qatar en Saudi-Arabië, maar ook Turkije. Het ­andere is het Arabisch Handvest ­Mensenrechten van de Arabische ­Liga, een organisatie van 22 Arabische landen. Beide teksten vertrekken ­vanuit de ­islam als hoogste wet.

De interpretatie van bepalingen die soms heel gelijklopend lijken met artikelen uit de ‘westerse’ mensenrechtenverdragen, hebben dan een totaal andere uitkomst. Zo stelt het Arabisch Handvest Mensenrechten dat man en vrouw gelijk zijn in zoverre ‘positieve discriminatie’ van de vrouw op basis van de sharia mogelijk blijft. Maar het huwelijk is voorbestemd voor een man en een vrouw. Doodstraf, zelfs voor minderjarigen, wordt niet uitgesloten. Veel van die mensenrechten waarin het Arabisch Handvest voorziet, zijn voorbehouden aan de eigen staatsburgers, zoals rechten op sociale zekerheid, vrijheid van vereniging en vrijheid van vergadering.

Het politieke bij de invulling van die rechten is op die manier sterk ­teruggedrongen, de interpretatie zit vast in een islamitisch kader. Het ­holebihuwelijk is mensenrechtelijk uitgesloten, daar is geen armband of regenboogvlag ­tegen opgewassen. Mensenrechten zijn dan ook geen kwestie van textiel. Mensenrechten zijn – om Eleonore Roosevelt, bezielster van de Univer­sele Verklaring van de Rechten van de Mens, te parafraseren – iets dat dicht bij huis begint. Misschien moeten we, om op die gedachte door te gaan, beginnen met het respect voor de mensenrechten in de Belgische ­gevangenissen: ze worden er dagelijks met de voeten getreden. En laten we morgen nog een keer supporteren, irrationeel en ongecompliceerd zoals het hoort in de beleving van het voetbal. Misschien kunnen we dan de juridische, politieke en ethische discussies op een andere plaats en op een ­ander niveau voeren. Dan is er nog hoop in bange dagen.

 

Artikel uit De Standaard, 30 november 2022

Foto:  Lee Smith/reuters

Roepen in de Qatarese woestijn | De Standaard

 

Lees meer
HLN, 19 oktober 2022

Sand Van Roy haalt stevige slag thuis tegen Franse topregisseur Luc Besson

De Vlaamse actrice Sand Van Roy (34) die beweert verkracht te zijn door de Franse topregisseur Luc Besson (63) haalde zonet een overwinning binnen op de Fransman. Van Roy vindt dat haar verkrachting in België moet onderzocht worden, nadat het in Frankrijk eerder geseponeerd werd. Het gerecht ging daar eerst niet op in, maar vindt nu dat het Grondwettelijk Hof hierover moet oordelen. “Dit kan grote gevolgen hebben voor al wie slachtoffer is van verkrachting in het buitenland”, oordeelt haar advocaat.

Een paar maanden geleden diende Sand Van Roy, een Vlaamse actrice uit Knokke-Heist, hier in België klacht in tegen de Franse topregisseur Luc Besson. De Fransman zou haar verschillende keren verkracht hebben in luxehotels in Frankrijk. Toen Van Roy in 2018 klacht indiende tegen Besson in ‘zijn' Frankrijk, ving ze al snel bot. De klacht werd geseponeerd. Ook in beroep werd de klacht afgewezen.

 

Daarom diende Van Roy in het voorjaar van dit jaar opnieuw klacht in tegen Besson, deze keer in België, bij een onderzoeksrechter in Brugge. Maar daar oordeelde het Openbaar Ministerie al snel dat de klacht niet ontvankelijk is. De Belgische wet schrijft namelijk voor bij seksueel geweld dat enkel het land waar het misdrijf heeft plaatsgevonden een onderzoek kan voeren naar de verkrachting en dus niet het land waar het slachtoffer woont. Met ander woorden: enkel het Franse gerecht kon een onderzoek voeren naar de verkrachting die in Frankrijk had plaatsgevonden.

Pure discriminatie

Discriminatie, vond de advocaat van Sand Van Roy, Joris Van Cauter. “Want dat geldt niet voor slachtoffers van zogenaamde levensdelicten. Als je het slachtoffer bent van moord, gijzeling of ontvoering in het buitenland, kunnen jij of je familieleden hier wél een gerechtelijk onderzoek vragen. Dat is pure discriminatie.”

 
Daarom besloot de Raadkamer vanochtend om de kwestie door te spelen naar het Grondwettelijk Hof. Die moet oordelen of de wet inderdaad discrimineert of niet. Volgens Van Cauter is de kans erg groot dat het Grondwettelijk Hof tot die conclusie zal komen. “De wet is indertijd erg willekeurig opgesteld”, legt hij uit. “Ook toen al is er opgemerkt dat verkrachting er niet bij was. Ondertussen is sinds juni de strafwet een pak strenger geworden voor seksueel geweld. Het lijkt me maar logisch dat ook deze wat aangepast wordt.”

Als het Grondwettelijk Hof zou oordelen dat er discriminatie in het spel is en de wet moet uitgebreid worden naar seksueel geweld, dan zou dit grote gevolgen hebben voor alle slachtoffers van verkrachting in het buitenland. “Dit zou een mijlpaal zijn”, zegt Van Cauter nog. “Iedereen die in pakweg Egypte of Thailand het slachtoffer is van seksueel geweld, zou dan een klacht kunnen indienen in eigen land."

Ook voor Sand Van Roy zelf is dit goed nieuws. Zodra het Grondwettelijk Hof beslist dat de wet aangepast moet worden, is haar klacht tegen Besson opnieuw ontvankelijk. Dan kan het parket niet anders dan ook hier een onderzoek starten naar verkrachting door de Franse topregisseur.

Het arrest van het Grondwettelijk Hof wordt pas over een paar maanden verwacht.

 

Artikel uit HLN, 19 oktober 2022

Lees meer
Het Nieuwsblad, 19 oktober 2022

Actrice Sand Van Roy haalt eerste slag binnen in zaak tegen regisseur Luc Besson

“Ik wil zo een steen verleggen voor andere slachtoffers”

Kan een Belgisch slachtoffer van een verkrachting in het buitenland ook hier een strafzaak aanspannen? Over die vraag zal het Grondwettelijk Hof zich buigen. Aanleiding is de juridische strijd van actrice Sand Van Roy (34) tegen de Franse regisseur Luc Besson (63). In Frankrijk werd de zaak geklasseerd, en tot nu is hier geen vervolging mogelijk. “Maar daar hopen we nu verandering in te brengen”, zegt advocaat Joris Van Cauter.

Wie als Belgisch onderdaan het slachtoffer wordt van verkrachting in het buitenland en in dat land geen gehoor vindt, blijft tot nu toe ook in ons land in de kou staan. België kan zich niet bemoeien met dergelijke dossiers in het buitenland. Het wetboek van Strafvordering voorziet dat niet. Sinds een jaar of tien is dat wel mogelijk voor zaken met levensdelicten zoals moord en gijzeling in het buitenland.

De beperkingen van het huidige Belgische rechtssysteem zorgen ervoor dat actrice Sand Van Roy (34) uit Knokke-Heist tot nu toe bij ons geen gehoor vindt in haar juridische strijd tegen de Franse regisseur Luc Besson (63). Ze beschuldigt hem ervan haar meermaals verkracht te hebben én stapte met bewijzen naar het Franse gerecht. Dat veegde alles van tafel. Volgens Van Roy werd haar zaak in Frankrijk vanwege de status van Besson nooit serieus genomen.

Vraag aan Grondwettelijk Hof

Van Roy stapte echter naar het Belgische gerecht en wou hier een strafzaak tegen Besson openen. Alleen was dat juridisch onmogelijk omdat de vermeende verkrachting zich dus in het buitenland afspeelde en het niet om een levensdelict gaat.

“We vinden dit oneerlijk omdat verkrachting voor ons ook een zaak van levensdelict is”, zegt advocaat Joris Van Cauter. “Daarom vroegen we de raadkamer in Brugge om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof om een strafklacht wel mogelijk te maken. De raadkamer heeft geoordeeld dat onze vraag zinvol is en daarom wordt de vraag nu gesteld aan het Grondwettelijk Hof. Oordeelt die dat onze vraag terecht is, dan kunnen wij verder met onze strafklacht en kan een procedure op gang gebracht worden.”

Mogelijk pas over een jaar volgt een uitspraak, en dan keert de zaak terug naar de raadkamer in Brugge.

Gerechtigheid

Voor Van Roy is dit een belangrijke eerste stap. Eerder liet ze al weten dat het haar niet om een schadevergoeding te doen is. “Ik wil enkel dat gerechtigheid geschiedt en wil zo een steen verleggen voor andere slachtoffers.”

De advocaat van Luc Besson berust in de prejudiciële vraag. “Het is een logische vraag en we begrijpen dat het Hof zich hierover zal buigen”, zegt meester Virginie Cottyn. “Maar we blijven erbij dat de klacht in Frankrijk al grondig werd onderzocht en er geen reden is om hier aan die uitkomst te twijfelen.”

 

Artikel uit Het Nieuwsblad, 19 oktober 2022

Foto: ©  ipx, afp

Lees meer

Wij gebruiken cookies

Door deze website te gebruiken, aanvaardt u de cookies. Voor meer informatie, zie ons privacy- en cookiesbeleid