Trial by media is nooit onschuldig

Opiniestuk

2 september 2020

Wat is er gebeurd met principes als het vermoeden van onschuld en het geheim van het onderzoek? Dat niemand zich daar nog aan houdt, stuit Joris Van Cauter tegen de borst.

Au Pilori (‘De schandpaal’) was een virulent antisemitische collaboratiekrant die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Parijs werd uitgegeven. De ondertitel luidde ‘Hebdomadaire de combat pour la défense des intérêts français’. Onderzoeksjournalistiek was erg belangrijk voor die krant. Zo onthulde ze in haar kolommen de namen van Joden, of de namen van wie Joodse sympathieën had. In ieder geval dekte de vlag de lading: burgers werden aan de schandpaal geschreven.

Het heimwee dat de titel van de Parijse krant verraadt naar middeleeuwse praktijken, is nooit verdwenen. Het digitale tijdperk heeft met naming and shaming een schandpaal 2.0 ontwikkeld, die vele malen efficiënter en dodelijker is.

Het moderne strafprocesrecht beoogde een baken te zijn tegen de instant volksbestraffingen zonder onderzoek, zonder proces. Zo zijn principes ontstaan als het vermoeden van onschuld, het geheim van het onderzoek, het recht van verdediging, het recht op een eerlijk proces en de scheiding der machten. Het zijn begrippen die hun waarde volledig verloren lijken te hebben.

Journalisten storen zich daar al lang niet meer aan. Onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen is er niet op gericht om feiten te onthullen die het gerecht niet blootlegt. Dat kost allicht te veel tijd en moeite. Misschien is er ook geen geld voor? Het is in ieder geval gemakkelijker om te proberen de hand te leggen op een deel van het strafdossier en op basis daarvan een scoop te brengen.

Daar is eigenlijk niets onthullends aan. Het brengt alleen bepaalde ‘feiten’ een beetje sneller. Normaal zou je ze pas vernemen op de openbare terechtzittingen. Bovendien is het fundamenteel oneerlijk: zo wordt altijd een verdraaid, half of zelfs volledig fout beeld van de feiten opgehangen. De bron van de journalist is meestal partij in de procedure en heeft belang bij het lek en de sfeer die op die manier ontstaat. Trial by media is nooit onschuldig. De bron wordt nooit kritisch benaderd. Je bijt niet in de hand die je voedt.

Dit soort journalistiek creëert een gevaarlijk klimaat. Dat blijkt ontegensprekelijk uit twee hot items: het Reuzegomdossier en de zaak-Chovanek.

‘Rijkeluiskindjes’

In het eerste dossier achtte de krant De Morgen het noodzakelijk om de ouders te identificeren van de studenten die deel uitmaakten van de studentenclub Reuzegom. Ook die moesten gestraft worden. De volkswoede is dermate opgepookt dat ook politici de pedalen verliezen. Scoren op basis van de volkswoede is niet moeilijk. Je kunt het de jonge parlementair die er zich schuldig aan maakt, vergeven. Van een minister verwacht je toch meer bedachtzaamheid. Maar je krijgt het tegendeel.

De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Zuhal Demir (N- VA), vond het nodig om een opiniestuk te wijden aan de feiten, die nog in een onderzoeksfase zitten. De minister noemt de verdachten ‘rotverwende rijkeluiskindjes die nooit eerder in hun leven hebben gewerkt en voor al hun stommiteiten konden terugvallen op papa’s en mama’s netwerk en portefeuille’. Een minister van Justitie die zelfs niet beseft welke grens ze daarmee overschrijdt, zou beter ontslag nemen. Tekenend voor dit klimaat is dat niemand daar een probleem van maakt. Voor al wie de moderne rechtsstaat een beetje genegen is, is dat een knipperlicht.

Dolgedraaide inquisiteur

Dat journalisten van (zelfverklaarde) kwaliteitskranten en ministers belangrijke rechtsbeginselen aan hun laars lappen, is geen nieuws. Verontrustender is dat ook advocaten lijken te gedijen in deze tijdgeest en wheelen en dealen met journalisten, goed wetende dat schendingen van het geheim van het onderzoek bijna nooit bestraft worden.

De ordes kijken schijnbaar machteloos toe naar voor de camera uit de biecht klappende raadslieden of advocaten die zich opwerpen als deskundigen bij dossiers die ze nooit gelezen hebben. Het verhindert hen niet te spreken over ‘een bende doders’ en op te roepen om de
procureur en de onderzoeksrechter belast met het dossier-Chovanek op te pakken. Immanente gerechtigheid van een dolgedraaide inquisiteur, zou je denken.

Advocaat Hans Rieder, voorheen een heraut van het recht van verdediging, vond het in De Ochtend van 1 september zelfs een schande dat de gezichten van de verdachte agenten nog niet in de krant hadden gestaan. Naming and shaming, dat is ook de taak van de strafpleiter geworden. Tot hij eens aan de andere kant staat, dan zal dat wel vergeten zijn. Maar wie herinnert hem daar dan nog aan? Ondertussen hebben we toch lekker mee gesurft op de golven van verontwaardiging. Advocaten die ‘au pilori’ roepen, dan is Donald Trump zeer nabij.

Laatste publicaties

De Standaard, 30 november 2022

Roepen in de Qatarese woestijn

Onze verontwaardiging over de mensenrechtenschendingen in Qatar is selectief en hypocriet, vindt Joris Van Cauter. En ze getuigt van weinig kennis over de invulling van de mensenrechten in moslimlanden.

 

In 1978 voerde het cabaretduo Freek de Jonge en Bram Vermeulen, Neerlands Hoop in Bange Dagen, actie voor een boycot van het WK in het dictatoriale Argentinië. Ze trokken de theaters rond met de voorstelling Bloed aan de paal. Het Nederlandse elftal ging toch en bereikte de finale van het WK. Acht jaar later kreeg voormalig dictator Videla

levenslang ­wegens zijn betrokkenheid bij moorden, ontvoeringen en folteringen.

Dat de Rode Duivels niet naar ­Qatar zouden gaan, is nooit een issue ­geweest, wij ontwaken klaarblijkelijk iets later. En dan schrikken we omdat de Qatari geen bierliefhebbers zijn en anders denken over lgbti.

Een principieel standpunt van de spelers is er niet gekomen en dat is maar goed ook. Het zou het toppunt van hypocrisie geweest zijn. Stel je voor dat Eden Hazard een gele of rode kaart had gekregen vanwege de One­Love-armband, terwijl hij het hele jaar door reclame maakt voor de luchtvaartmaatschappij Emirates. Net zoals Kylian Mbappé reclame maakt voor Qatar Airways en Kevin De Bruyne voor Etihad Airways. De hele Champions League is een feestje op kosten van de Golfstaten. Geen enkele voetbalcommentator die dat feestje bederft met ethische overpeinzingen. Ernst Happel, de Nederlandse bondscoach in 1978, was een stuk eerlijker toen hij zei: ‘Wat kunnen mij de mensenrechten schelen, we gaan naar ­Argentinië om te voetballen, politiek interesseert me niet.’ Mediatraining en een andere tijdgeest maken zulke uitspraken nu ondenkbaar.

Goddelijke oorsprong

Wie die uitspraak nu zou herhalen, zou te horen krijgen dat mensenrechten en politiek twee verschillende dingen zijn. Nochtans zijn mensenrechten, zeker de concrete invulling ervan, bij uitstek politiek. En dat is ook goed. De enige manier om grondrechten aan het politieke te onttrekken is door er een goddelijke oorsprong aan te ­geven. Dat is, bijvoorbeeld, het geval in de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten.

Hoe die rechten concreet in te vullen is politiek. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beseft dat en heeft daarom nog nooit een staat ­opgelegd om het homohuwelijk in te voeren. Zo wordt de normale, democratische en politieke besluitvorming gerespecteerd. Zo is het homohuwelijk in veel Europese landen ­ingevoerd en wordt het in die landen ook maatschappelijk gedragen.

Stel je voor dat Hazard geel had gekregen voor de OneLove-armband, terwijl hij het hele jaar door reclame maakt voor Emirates airlines

Zo’n vraagstuk moet veeleer politiek worden benaderd, niet louter juridisch. In dat laatste geval zou het ­opgelegd moeten worden door een kleine groep onverkozen rechters. In de VS is het holebihuwelijk zo door het Hooggerechtshof juridisch en mensenrechtelijk ingevoerd, in plaats van

politiek. De culturele en maatschappelijke kloof in de VS is daarmee niet bepaald minder geworden en we weten ondertussen ook dat het Amerikaanse Hooggerechtshof ook beslissingen kan nemen in de andere richting.

Islam als hoogste wet

De vlag van de mensenrechten in ­Qatar hijsen zal politiek in ieder geval weinig sporen nalaten. Het is roepen in de woestijn en getuigt van weinig kennis over de invulling van mensenrechten in de islamitische wereld. Er zijn twee juridische teksten die ons daarover iets kunnen leren. De ene is de Verklaring van Caïro van de Organisation of Islamic Cooperation (OIC), een internationale gouvernementele organisatie van 57 (overwegend) moslimlanden, waaronder Qatar en Saudi-Arabië, maar ook Turkije. Het ­andere is het Arabisch Handvest ­Mensenrechten van de Arabische ­Liga, een organisatie van 22 Arabische landen. Beide teksten vertrekken ­vanuit de ­islam als hoogste wet.

De interpretatie van bepalingen die soms heel gelijklopend lijken met artikelen uit de ‘westerse’ mensenrechtenverdragen, hebben dan een totaal andere uitkomst. Zo stelt het Arabisch Handvest Mensenrechten dat man en vrouw gelijk zijn in zoverre ‘positieve discriminatie’ van de vrouw op basis van de sharia mogelijk blijft. Maar het huwelijk is voorbestemd voor een man en een vrouw. Doodstraf, zelfs voor minderjarigen, wordt niet uitgesloten. Veel van die mensenrechten waarin het Arabisch Handvest voorziet, zijn voorbehouden aan de eigen staatsburgers, zoals rechten op sociale zekerheid, vrijheid van vereniging en vrijheid van vergadering.

Het politieke bij de invulling van die rechten is op die manier sterk ­teruggedrongen, de interpretatie zit vast in een islamitisch kader. Het ­holebihuwelijk is mensenrechtelijk uitgesloten, daar is geen armband of regenboogvlag ­tegen opgewassen. Mensenrechten zijn dan ook geen kwestie van textiel. Mensenrechten zijn – om Eleonore Roosevelt, bezielster van de Univer­sele Verklaring van de Rechten van de Mens, te parafraseren – iets dat dicht bij huis begint. Misschien moeten we, om op die gedachte door te gaan, beginnen met het respect voor de mensenrechten in de Belgische ­gevangenissen: ze worden er dagelijks met de voeten getreden. En laten we morgen nog een keer supporteren, irrationeel en ongecompliceerd zoals het hoort in de beleving van het voetbal. Misschien kunnen we dan de juridische, politieke en ethische discussies op een andere plaats en op een ­ander niveau voeren. Dan is er nog hoop in bange dagen.

 

Artikel uit De Standaard, 30 november 2022

Foto:  Lee Smith/reuters

Roepen in de Qatarese woestijn | De Standaard

 

Lees meer
HLN, 19 oktober 2022

Sand Van Roy haalt stevige slag thuis tegen Franse topregisseur Luc Besson

De Vlaamse actrice Sand Van Roy (34) die beweert verkracht te zijn door de Franse topregisseur Luc Besson (63) haalde zonet een overwinning binnen op de Fransman. Van Roy vindt dat haar verkrachting in België moet onderzocht worden, nadat het in Frankrijk eerder geseponeerd werd. Het gerecht ging daar eerst niet op in, maar vindt nu dat het Grondwettelijk Hof hierover moet oordelen. “Dit kan grote gevolgen hebben voor al wie slachtoffer is van verkrachting in het buitenland”, oordeelt haar advocaat.

Een paar maanden geleden diende Sand Van Roy, een Vlaamse actrice uit Knokke-Heist, hier in België klacht in tegen de Franse topregisseur Luc Besson. De Fransman zou haar verschillende keren verkracht hebben in luxehotels in Frankrijk. Toen Van Roy in 2018 klacht indiende tegen Besson in ‘zijn' Frankrijk, ving ze al snel bot. De klacht werd geseponeerd. Ook in beroep werd de klacht afgewezen.

 

Daarom diende Van Roy in het voorjaar van dit jaar opnieuw klacht in tegen Besson, deze keer in België, bij een onderzoeksrechter in Brugge. Maar daar oordeelde het Openbaar Ministerie al snel dat de klacht niet ontvankelijk is. De Belgische wet schrijft namelijk voor bij seksueel geweld dat enkel het land waar het misdrijf heeft plaatsgevonden een onderzoek kan voeren naar de verkrachting en dus niet het land waar het slachtoffer woont. Met ander woorden: enkel het Franse gerecht kon een onderzoek voeren naar de verkrachting die in Frankrijk had plaatsgevonden.

Pure discriminatie

Discriminatie, vond de advocaat van Sand Van Roy, Joris Van Cauter. “Want dat geldt niet voor slachtoffers van zogenaamde levensdelicten. Als je het slachtoffer bent van moord, gijzeling of ontvoering in het buitenland, kunnen jij of je familieleden hier wél een gerechtelijk onderzoek vragen. Dat is pure discriminatie.”

 
Daarom besloot de Raadkamer vanochtend om de kwestie door te spelen naar het Grondwettelijk Hof. Die moet oordelen of de wet inderdaad discrimineert of niet. Volgens Van Cauter is de kans erg groot dat het Grondwettelijk Hof tot die conclusie zal komen. “De wet is indertijd erg willekeurig opgesteld”, legt hij uit. “Ook toen al is er opgemerkt dat verkrachting er niet bij was. Ondertussen is sinds juni de strafwet een pak strenger geworden voor seksueel geweld. Het lijkt me maar logisch dat ook deze wat aangepast wordt.”

Als het Grondwettelijk Hof zou oordelen dat er discriminatie in het spel is en de wet moet uitgebreid worden naar seksueel geweld, dan zou dit grote gevolgen hebben voor alle slachtoffers van verkrachting in het buitenland. “Dit zou een mijlpaal zijn”, zegt Van Cauter nog. “Iedereen die in pakweg Egypte of Thailand het slachtoffer is van seksueel geweld, zou dan een klacht kunnen indienen in eigen land."

Ook voor Sand Van Roy zelf is dit goed nieuws. Zodra het Grondwettelijk Hof beslist dat de wet aangepast moet worden, is haar klacht tegen Besson opnieuw ontvankelijk. Dan kan het parket niet anders dan ook hier een onderzoek starten naar verkrachting door de Franse topregisseur.

Het arrest van het Grondwettelijk Hof wordt pas over een paar maanden verwacht.

 

Artikel uit HLN, 19 oktober 2022

Lees meer
Het Nieuwsblad, 19 oktober 2022

Actrice Sand Van Roy haalt eerste slag binnen in zaak tegen regisseur Luc Besson

“Ik wil zo een steen verleggen voor andere slachtoffers”

Kan een Belgisch slachtoffer van een verkrachting in het buitenland ook hier een strafzaak aanspannen? Over die vraag zal het Grondwettelijk Hof zich buigen. Aanleiding is de juridische strijd van actrice Sand Van Roy (34) tegen de Franse regisseur Luc Besson (63). In Frankrijk werd de zaak geklasseerd, en tot nu is hier geen vervolging mogelijk. “Maar daar hopen we nu verandering in te brengen”, zegt advocaat Joris Van Cauter.

Wie als Belgisch onderdaan het slachtoffer wordt van verkrachting in het buitenland en in dat land geen gehoor vindt, blijft tot nu toe ook in ons land in de kou staan. België kan zich niet bemoeien met dergelijke dossiers in het buitenland. Het wetboek van Strafvordering voorziet dat niet. Sinds een jaar of tien is dat wel mogelijk voor zaken met levensdelicten zoals moord en gijzeling in het buitenland.

De beperkingen van het huidige Belgische rechtssysteem zorgen ervoor dat actrice Sand Van Roy (34) uit Knokke-Heist tot nu toe bij ons geen gehoor vindt in haar juridische strijd tegen de Franse regisseur Luc Besson (63). Ze beschuldigt hem ervan haar meermaals verkracht te hebben én stapte met bewijzen naar het Franse gerecht. Dat veegde alles van tafel. Volgens Van Roy werd haar zaak in Frankrijk vanwege de status van Besson nooit serieus genomen.

Vraag aan Grondwettelijk Hof

Van Roy stapte echter naar het Belgische gerecht en wou hier een strafzaak tegen Besson openen. Alleen was dat juridisch onmogelijk omdat de vermeende verkrachting zich dus in het buitenland afspeelde en het niet om een levensdelict gaat.

“We vinden dit oneerlijk omdat verkrachting voor ons ook een zaak van levensdelict is”, zegt advocaat Joris Van Cauter. “Daarom vroegen we de raadkamer in Brugge om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof om een strafklacht wel mogelijk te maken. De raadkamer heeft geoordeeld dat onze vraag zinvol is en daarom wordt de vraag nu gesteld aan het Grondwettelijk Hof. Oordeelt die dat onze vraag terecht is, dan kunnen wij verder met onze strafklacht en kan een procedure op gang gebracht worden.”

Mogelijk pas over een jaar volgt een uitspraak, en dan keert de zaak terug naar de raadkamer in Brugge.

Gerechtigheid

Voor Van Roy is dit een belangrijke eerste stap. Eerder liet ze al weten dat het haar niet om een schadevergoeding te doen is. “Ik wil enkel dat gerechtigheid geschiedt en wil zo een steen verleggen voor andere slachtoffers.”

De advocaat van Luc Besson berust in de prejudiciële vraag. “Het is een logische vraag en we begrijpen dat het Hof zich hierover zal buigen”, zegt meester Virginie Cottyn. “Maar we blijven erbij dat de klacht in Frankrijk al grondig werd onderzocht en er geen reden is om hier aan die uitkomst te twijfelen.”

 

Artikel uit Het Nieuwsblad, 19 oktober 2022

Foto: ©  ipx, afp

Lees meer

Wij gebruiken cookies

Door deze website te gebruiken, aanvaardt u de cookies. Voor meer informatie, zie ons privacy- en cookiesbeleid