Publicatie
In een belangrijk arrest van 4 april 2023 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat opzettelijk begane of daarmee gelijk te stellen onregelmatigheden die getuigen van een grove onachtzaamheid, principieel niet te verenigen zijn met de loyaliteit en de regelmatigheid van de bewijsgaring die in een rechtsstaat moeten kunnen worden verwacht van de vervolgende en opsporende instanties.
Bijgevolg is het recht op een eerlijk proces in de regel miskend en moet het onregelmatige bewijsmateriaal uit het debat worden geweerd wanneer de vermelde instanties een opzettelijke onregelmatigheid hebben begaan, dan wel een onregelmatigheid die getuigt van een grove onachtzaamheid, rekening houdend met alle concrete omstandigheden van de zaak, waaronder hun opdracht, hun handelwijze, de beschikbare informatie en hun normaal te verwachten kennis van de toepasselijke regelgeving ten tijde van het begaan van de onregelmatigheid.
Het is slechts anders wanneer de rechter vaststelt dat deze gevolgtrekking kennelijk onevenredig is met een of meer andere criteria die hij concreet toelicht, in het bijzonder de verhouding tussen de begane onregelmatigheid en de ernst en het belang van hetgeen op het spel staat.
In de zaak in kwestie ging het om een opsporingsonderzoek waarbij de verbalisanten zich door middel van een list toegang hadden verschaft tot een niet publiek toegankelijke plaats, goed wetende dat dit buiten de situatie van heterdaad niet toegelaten is.
Het Hof van Cassatie stelt in het arrest van 4 april 2023 duidelijk dat dergelijk optreden getuigt van een grove onzachtzaamheid die (in dit geval) moet leiden tot bewijsuitsluiting.
Het arrest werd tevens gepubliceerd op de website van het Hof van Cassatie:
https://hofvancassatie.be/old/pdf/ARRET_P_2022_1730_N.pdf
Mr. Joris Van Cauter en Mr. Karel De Meester stonden de eiser in cassatie bij in de procedure.