Als de journalist zijn pen laat leiden

Opiniestuk

29 april 2021

Joris Van Cauter

Advocaat van een van de beklaagden in de zaak-Reuzegom en van een van de politieagenten in de zaak-Bangoura.

 

Gerechtelijke journalisten laten zich te vaak voor iemands kar spannen, ziet Joris Van Cauter. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Volstaat de zelfregulering van de media om partijdigheid te voorkomen?

Gerechtsjournalistiek kan meer zijn dan het verslag over de slechte soap die het leven soms is. Het is belangrijk dat de bevolking gerust en vrij kan leven in de gedachte dat recht wordt gedaan en dat de pers daar op een zorgvuldige en bedachtzame wijze mee over waakt, en dat ze zelfs onrecht aan het licht brengt. Denk aan Watergate. Of aan de terechtstelling van de onschuldige Vlaamse arbeiders Jean Coucke en Pieter Goethals in Charleroi op 16 november 1860.

Coucke en Goethals werden veroordeeld op een proces dat boven hun hoofd werd gevoerd in het Frans, een taal die zij niet verstonden, en met als tolk een Luxemburgse rijkswachter die het Frans noch het Nederlands meester was. Zelfs toen de werkelijke daders enkele jaren later bekentenissen aflegden, bleef procureur-generaal Charles de Bavay overtuigd van hun schuld. Het is in grote mate door de onverdroten ijver van de Antwerpse journalist en politicus Harry Peters dat Coucke en Goethals eerherstel kregen.

Een recenter voorbeeld vind ik niet meteen. En dat ligt heus niet aan onze feilloze justitie. Vandaag laten sommige journalisten hun pen leiden door een deel van het strafdossier dat ze krijgen van een partij in het proces, die een eigen agenda heeft. Ook al schrijft de journalist de hem aangereikte processen-verbaal letterlijk over in de krant, dan nog schetst hij een vertekend beeld. Want dat zijn maar enkele bladzijden uit het dikke strafdossier. Voor een goed begrip moet je het volledige dossier lezen, van voren naar achteren.

 

Verzinsels

Mijn stelling, dat het om een gevaarlijke vorm van overschrijven gaat, is eigenlijk nog te voorzichtig. Het is veel erger. Op 23 april heeft de Raad voor de Journalistiek geoordeeld dat de berichtgeving van journalist Douglas De Coninck in De Morgen naar aanleiding van het Reuzegom-dossier vals is (DS 27 april). Een jongeman die geen publiek figuur is en niet betrokken was bij de fameuze doop, werd met naam en voornaam in de krant vermeld. De journalist citeerde overvloedig uit zijn verklaring aan de politie. Die citaten zijn bedoeld om afschuw op te wekken en afkeer te creëren voor de jongeman en zijn naasten. Uit de beslissing van de Raad voor de Journalistiek blijkt dat het niet eens echte citaten zijn, het zijn verzinsels van de journalist, woorden die uit de context zijn gehaald of zo zijn samengebracht dat er een volledig verkeerd beeld ontstaat van wat de jongeman in werkelijkheid zei tijdens het verhoor.

 

Het is onaanvaardbaar dat je in dit land als journalist in alle rust verder kunt doen met tien of meer veroordelingen op je kerfstok

De Raad stelt nog dat de vermelding van de naam en voornaam in de krant zijn privéleven aantast, meer dan vereist was door het maatschappelijke belang van de berichtgeving. De Coninck noch De Morgen lijkt te beseffen dat het om een fundamentele fout ging. De eerste reageerde op Twitter met een inmiddels verwijderd fragment van een sketch uit Wat als?. Wat hij daarmee bedoelde, is onduidelijk. Wat als het echt waar was geweest? De Morgen verontschuldigde zich afgelopen maandag voor de onzorgvuldigheden in het stuk en voor de schending van de privacy. In datzelfde artikel waren de naam en voornaam opnieuw voluit vermeld. Dat is lachen met de beslissing van de Raad. Dat kan natuurlijk ook, want zo’n beslissing heeft alleen een moreel gezag, sancties legt de Raad niet op.

Je kunt in dit land als journalist in alle rust verder doen met tien of meer veroordelingen op je kerfstok. Dat is onaanvaardbaar, en niet alleen voor de enkelingen die er het slachtoffer van worden. Want op die manier vormt de vierde macht een gevaar voor de rechtsstaat. Zo’n kwaadwillige berichtgeving leidt ertoe dat mensen het recht in eigen handen nemen, hitst mensen tegen elkaar op en leidt finaal tot ongeloof in de media.

Het bemoeilijkt ook het werk van justitie. Kun je als advocaat nog iemand (bijvoorbeeld een getuige) adviseren vrijuit te spreken in een gerechtelijk onderzoek, wanneer je niet kunt garanderen dat zijn verklaring de volgende dag niet verdraaid in de krant staat? Zwijgen is dan ook een legitieme optie.

 

Waarheidsliefde

De bevoorrechte positie en bescherming van journalisten zijn democratisch noodzakelijk. Hun bronnengeheim is beter beschermd dan dat van een advocaat of dokter. Maar die bescherming is niet vrijblijvend. Ze vereist dat journalisten bekwaam en genoeg onderlegd zijn om hun onderwerp te begrijpen, en onpartijdig en verstandig genoeg zijn om zich niet voor iemands kar te laten spannen. Dat ze zich laten leiden door waarheidsliefde in plaats van door sensatiezucht. In een gezonde democratie kan een functionerende en onafhankelijke vierde macht maatschappelijk belangrijke thema’s op de agenda plaatsen, de rijken en machtigen in het gareel houden en schandalen aan de kaak stellen. Dat verklaart waarom dictators en kleptocraten het niet alleen op rechters en advocaten hebben gemunt, maar ook op journalisten. Macht is een gevaarlijk en moeilijk hanteerbaar instrument, ook voor diegenen die alleen de pen hanteren.

Of de zelfregulering via de Raad voor de Journalistiek voldoende is om de balans in evenwicht te houden, valt te betwijfelen. Diezelfde Douglas De Coninck is genomineerd voor de Belfius Persprijs met het artikel ‘Het laatste levensuur van Lamine Bangoura’. Dat stuk is in hetzelfde bedje ziek: partijdig, partieel en vol bedrieglijke citaten uit het strafdossier, die politiemensen afschilderen als onmensen of moordenaars. Het surfte mee op de golven van Black Lives Matter en creëerde een sfeer waarin politiemensen niet naar hun proces voor de kamer van inbeschuldigingstelling durfden te gaan.

Dat de kamer van inbeschuldigingstelling in Gent in een uitgebreid arrest van 25 bladzijden alle insinuaties en beschuldigingen van tafel heeft geveegd, is blijkbaar niet van belang voor de jury van de Belfius Persprijs. Het krantenartikel is volgens Belfius allicht beter dan het arrest. Fictie gaat boven de waarheid. We zijn op een beangstigend hellend vlak aanbeland.

 

Opiniestuk van Joris Van Cauter in De Standaard van 29 april 2021:

https://www.standaard.be/cnt/dmf20210428_97748691?utm_source=standaard&utm_medium=social&utm_campaign=send-to-a-friend    

foto: © Lectrr

Laatste publicaties

Nieuwsblad, 25 juni 2024

Mechels gerecht gaat nu toch aan de slag met extra “bewijsmateriaal” veroordeelde procureur

Het kort geding dat voormalig Gents procureur Johan Sabbe had aangespannen tegen de Belgische staat in verband met zijn veroordeling uit 2021 voor grensoverschrijdend gedrag en aanranding, wordt woensdag niet behandeld door de Brusselse rechtbank van eerste aanleg. Het kort geding is zonder voorwerp geworden en zal geschrapt worden nu het Mechelse parket toch aan de slag wil met het dossier dat opgestart was na een klacht van Sabbe zelf. Dat bevestigt de advocaat van de voormalige magistraat.

Sabbe werd eind juni 2020 op non-actief gezet nadat er een onderzoek tegen hem was gestart. Een vrouw die als chauffeur voor de magistraat had gewerkt, beschuldigde hem van ongewenst seksueel gedrag op het werk. Sabbe ontkende dat hij zijn vrouwelijke chauffeur had betast in het kruis en aan de borsten, en zei dat het sturen van expliciete berichten en een foto in zijn onderbroek onderdeel was van een aantrekkingsspel tussen twee volwassenen. 

Het Gentse hof van beroep achtte zowel de aanranding van de eerbaarheid als het ongewenst seksueel gedrag op het werk bewezen, en veroordeelde Sabbe tot vier maanden cel met uitstel. De verdediging ging tegen die veroordeling in Cassatie maar kreeg daar ongelijk. 

Sabbe liet echter verder onderzoek uitvoeren, door een forensisch bureau en een Mechelse onderzoeksrechter, naar de berichten die hij met het slachtoffer uitwisselde en de berichten die zij met een vriendin uitwisselde. Die zouden volgens de voormalig procureur aantonen dat er van ongewenst seksueel gedrag geen sprake was. Ook zou uit de berichten gebleken zijn dat het onderzoek niet onafhankelijk en onpartijdig gebeurde. 

LEES OOK. Oud-procureur Johan Sabbe dient klacht in tegen voormalige chauffeur: “Ze maakte een monster van mij, maar haar berichten tonen het tegendeel”

Dat gerechtelijk onderzoek is intussen afgerond en het dossier werd overgemaakt aan het Mechelse parket voor eindvordering, maar in een brief aan Sabbe zou het parket eind april laten weten hebben dat het van plan was om het dossier pas voor de raadkamer te brengen nadat dat verjaard is. Volgens het parket zou het immers gaan om een drukpersmisdrijf dat enkel door een hof van assisen kan worden behandeld, maar daarvoor zou de zaak niet zwaar genoeg wegen.

Sabbe stapte daarop naar de kortgedingrechter in Brussel om het openbaar ministerie te dwingen het dossier toch voor de raadkamer te brengen. Daar zou het dossier woensdag behandeld worden, maar die zitting gaat uiteindelijk niet door.

“Het Mechelse parket heeft blijkbaar zijn fout ingezien en ons laten weten dat het dossier toch voor de raadkamer zal gebracht worden, vermoedelijk in juli”, zegt meester Van Cauter. “Het parket neemt weliswaar geen standpunt in over de aan- of afwezigheid van eventuele aanwijzingen van schuld, en een eventuele doorverwijzing, maar meent dat het dossier naar een andere onderzoeksrechter in een ander arrondissement moet overgeheveld worden. Het lijkt er sterk op dat niemand deze hete aardappel op zijn bord wil krijgen en iedereen die zo snel mogelijk aan iemand anders wil doorspelen.”

 

Artikel uit Het Nieuwsblad, 25 juni 2024

Foto: © Frederiek Vande Velde

 

Lees meer
HLN, 7 juni 2024

Oud-procureur Johan Sabbe wil eerherstel na #MeToo-veroordeling

De gewezen Gentse procureur Johan Sabbe (64) legt zich niet neer bij zijn veroordeling uit 2021 voor grensoverschrijdend gedrag en aanranding. Hij heeft nu op zijn beurt een klacht ingediend tegen het slachtoffer, zijn toenmalige vrouwelijke chauffeur. Er zijn gewiste WhatsAppberichten tussen hen twee opgedoken, en daaruit blijkt volgens hem dat er van dwang en ongewenst gedrag helemaal geen sprake was. Maar de berichten tonen nog iets veel opmerkelijkers aan.

Faroek Özgünes 

“Ge zijt alle twee verliefd”, stuurt Ellen C. op 24 november 2018 naar haar vriendin Vanessa Cantaert (nu 47) via WhatsApp. “Nee nee, ikke nie! Ik speel maar”, antwoordt Vanessa. Dit ogenschijnlijk banale gesprekje tussen twee vrouwen zet een onverkwikkelijke zaak in een volledig ander daglicht en heeft mogelijk grote gevolgen — voor de betrokkenen én voor Justitie.

 

Naast Vanessa Cantaert — het aanvankelijke slachtoffer in dit verhaal — draait alles rond de Gentse topmagistraat Johan Sabbe. De vrouw was zijn voormalige chauffeur, die een klacht tegen hem indiende wegens seksueel overschrijdend gedrag en aanranding. Hij had op de avond van 19 december 2018 volgens het arrest in zijn dienstwagen haar borsten en vagina betast, zij had naar eigen zeggen schrik van hem en durfde zich niet te verzetten. Cantaert kreeg stress en ging in ziekenverlof. Ze was, ook weer volgens haar verklaringen, ook bang om “haar droomjob” te verliezen. Pas een jaar later diende ze een klacht in, Sabbe werd op 14 juni 2021 veroordeeld. De #MeToo-zaak kostte hem zijn carrière als magistraat, maar Sabbe bleef vechten om zijn onschuld staande te houden.

En in dat verband speelt dat ogenschijnlijk banale berichtje tussen twee vriendinnen een eerste belangrijke rol — voor de tweede rol moet u wat verder lezen in dit verhaal. Sabbe is namelijk veroordeeld — vier maanden cel met uitstel — op basis van tientallen WhatsAppberichten tussen Cantaert en haar baas die haar verhaal moesten ondersteunen. Het hof van beroep oordeelde dat het voldoende was aangetoond dat Sabbe “fysiek contact zocht met zijn ondergeschikte” en “ongewenst seksueel getinte foto’s en berichten stuurde”. Het is vooral het woordje ‘ongewenst’ dat van belang is: precies dát heeft Sabbe tijdens het onderzoek en de rechtszaak altijd bestreden. Sabbe meent dat Cantaert cruciale berichten die zijn onschuld zouden aantonen bewust achterhield.

Niet verstandig

Voor het eerst sinds het losbarsten van de zaak wil hij praten over de affaire. Johan Sabbe: “Wat we gedaan hebben was niet verstandig, het was een beetje puberaal, een beetje dwaas. Het had te maken met het feit dat we heel veel samen op de baan waren, dat we heel persoonlijke informatie met elkaar deelden, en dat er een soort van vertrouwen gegroeid is. Dat is dan tot wat meer gegaan dan het eigenlijk hoorde.”

“Er zijn geen wetten die zeggen dat mensen niet tot elkaar kunnen worden aangetrokken. Ook al zitten ze op hetzelfde kantoor, ook al is er een ondergeschikte relatie. Vooraleer het strafbaar wordt, moet er eigenlijk een soort van ongewenstheid zijn bij één van de twee. Deontologisch kan je je daar terecht vragen bij stellen.”

Ik had een blind vertrouwen in justitie. Een beetje naïef, vermoede­lijk. Ik kende de waarheid, ik wist wat er gebeurd was. Ik was ervan overtuigd dat er een vrijspraak zou komen

Johan Sabbe, ex-procureur

Zijn veroordeling kwam onverwacht en heeft diepe sporen nagelaten, zegt Sabbe: “Als mijn kleinkinderen hun opa googelen, zien ze alleen nog dat ik behoor tot de zedendelinquenten, terwijl ik 40 jaar lang hard heb gewerkt voor justitie. Dat doet pijn. Ik krijg zelfs geen attest van goed gedrag en zeden meer. Dan geraak je niet meer aan de bak, moet je niet meer proberen nog ergens te gaan werken — zelfs geen vrijwilligerswerk. Als ik bij mijn kleindochter haar school de kinderen de straat wil laten oversteken, dan mag dat niet. Want dat is vrijwilligerswerk en dan heb je een attest van goed gedrag en zeden nodig.”

“Als lid van het Openbaar Ministerie (OM) heb ik altijd heel hard gestreefd naar gerechtigheid. Ik vind het bijzonder lastig als iemand die onschuldig zou zijn, veroordeeld wordt. Ik had eigenlijk een blind vertrouwen in justitie. Een beetje naïef, vermoedelijk. Ik kende de waarheid, ik wist wat er gebeurd was. Ik was ervan overtuigd dat er een vrijspraak zou komen.”

Huis in Frankrijk

Om zijn gelijk te halen, doet Sabbe twee dingen. Eén: hij stelt het forensisch bureau i-Force aan om te onderzoeken of er in zijn gsm nog gewiste gesprekken terug te vinden zijn. Dat blijkt zo te zijn. Twee: op 17 juni 2022 dient hij een klacht met bur­ger­lij­ke­par­tijstel­ling in tegen Vanessa Cantaert. Hij vraagt aan de Mechelse onderzoeksrechter Philippe Van Linthout, gespecialiseerd in cybercrime, om een gerechtelijk onderzoek te voeren naar de volledige conversaties met haar — dus ook de door haar gewiste berichten.

De Regional Computer Crime Unit (RCCU) van de federale politie kan op Sabbes iPhone inderdaad 67 berichten bovenhalen die niet bij Vanessa Cantaert terug te vinden zijn, en die wel degelijk wijzen op wederkerigheid in de gesprekken. Als de politie ook haar gsm in beslag neemt en uitleest, komen er nog meer berichten naar boven, zoals de conversaties met haar hartsvriendin Ellen C. Die berichten schetsen een heel ander beeld van hoe Cantaert de feiten heeft beleefd (zie illustratie). Cantaert zegt dat ze “misschien” verliefd is op Sabbe — ‘Jef’ in de gesprekken — en met zijn gevoelens speelt. Ze kijkt ook uit naar zijn berichten. Twee dagen na haar aanranding in de auto stuurt ze naar haar vriendin de link door van een woning in Frankrijk die te koop staat op een immosite, met de vraag of Jef — Sabbe dus — misschien kan bijleggen.

De opgeviste WhatsAppberichten tonen volgens Sabbe aan dat er geen sprake is van ongewenste seksuele benaderingen en zelfs aanranding. “In de verhoren bij de klacht wordt gesproken over trauma’s, over angsten, dwang. Terwijl uit het chatverkeer met haar hartsvriendin in tempore non suspecto blijkt dat ze eigenlijk zit te wachten op een kus, dat ze zit te wachten op nieuwe berichten, dat ze verliefd is. Of ze speelt het. Dat zijn geen woorden van iemand die onder dwang staat. Dat is een spel dat we samen gespeeld hebben. En onbehoorlijk, ongepast waarschijnlijk, maar langs beide kanten met dezelfde ingesteldheid. Het is een avontuur dat drie maanden heeft geduurd. Daarna heb ik zelf mijn verstand teruggevonden, bij manier van spreken, en er stilletjes een einde aan gemaakt.”

Maar — en nu komen we op de tweede belangrijke rol van dat ogenschijnlijk banale berichtje over verliefd zijn of niet — er speelt meer in de zaak tussen ex-procureur Johan Sabbe en zijn chauffeur Vanessa Cantaert. Véél meer. Het gerechtelijk onderzoek legt namelijk nog meer berichten bloot die Cantaert om begrijpelijke redenen liever wilde geheimhouden voor de politie. Zo blijkt dat ze rechtstreeks in contact staat met haar collega-chauffeur L.B. Hij rijdt voor de Gentse procureur-generaal, de baas van Sabbe. Hij deelt informatie over de stand van het onderzoek met zijn chauffeur, die op zijn beurt haar op de hoogte houdt. Aan Cantaert wordt zelfs een job als chauffeur voor de procureur-generaal beloofd.

De door de onderzoeksrechter weer bovengehaalde berichten blijken ook diverse contacten tussen Vanessa Cantaerts advocaat Christine Mussche en de procureur-generaal om het dossier van Sabbe te bespreken. “Dat is zeer problematisch”, zegt Sabbes raadsman Joris Van Cauter. “Er zijn toch wel aanwijzingen dat het onderzoek niet onafhankelijk en onpartijdig werd gevoerd. Dit mag niet in de kast blijven liggen.”

Doofpotoperatie

Johan Sabbe: “Het is heel spijtig dat een Openbaar Ministerie niet de minste moeite heeft gedaan om de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van die klacht te onderzoeken. Zij heeft van mij een monster gemaakt, ik was ineens drankzuchtig, er was sprake van machtsmisbruik. Er waren andere slachtoffers en zij was het grootste slachtoffer. Ik heb gevraagd om dat allemaal te verifiëren. De procureur-generaal heeft dat stelselmatig met de glimlach om de lippen van tafel geveegd. Waar zijn de principes van de rechtsstaat, het vermoeden van onschuld? Het Openbaar Ministerie heeft de rollen omgedraaid. Ik beschik over geluidsopnames die dat aantonen.”

En precies daarom, zo vermoedt advocaat Van Cauter, krijgt zijn cliënt niet de kans op een nieuwe behandeling van zijn zaak, nu er nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen die zijn onschuld kunnen aantonen. De onderzoeksrechter heeft zijn onderzoek nochtans afgerond en overgemaakt aan het OM om te kunnen doorsturen naar de raadkamer. Maar het parket weigert te zeggen of het de vastgestelde feiten tegen de vrouw wil seponeren of vervolgen. Daardoor zit het dossier geblokkeerd en kan de raadkamer haar werk niet doen. Van Cauter: “Hier zijn naar mijn aanvoelen schokkende feiten aan het licht gekomen die een ander beeld schetsen van de werkelijkheid. Het parket beslist nu om dit dossier nooit voor de rechter te brengen.”

De tactiek die het parket daarvoor gebruikt, is duidelijk: eind april stuurde het OM een brief naar Sabbe om te melden dat het de zaak pas voor de raadkamer wil brengen nadat die verjaard is. De reden: het zou gaan om een drukpersmisdrijf en dat kan enkel door een hof van assisen worden behandeld. Maar daar is de zaak volgens het OM niet belangrijk genoeg voor. “Hallucinant en onwettig. Dit lijkt me een doofpotoperatie”, zegt Van Cauter. Om dat te counteren, hebben Sabbe en zijn advocaat deze week bij de rechter in kortgeding een procedure tegen de Belgische staat gestart.

Dwangsom van 10.000 euro per dag

Sabbe wil met zijn procedure bekomen dat zijn zaak op termijn opnieuw voorkomt en dat hij eerstel krijgt: “Ik wil dat de nachtmerrie stopt voor mij en mijn gezin, voor mijn echtgenote ook, wier gezondheid eronderdoor gaat. En dat we weer wakker kunnen worden in een rechtsstaat.”

Het OM krijgt van Sabbe drie maanden om de wet toe te passen. Voor elke dag vertraging eist hij een dwangsom van 10.000 euro. Op woensdag 26 juni wordt de zaak gepleit voor de kortgedingrechter in Brussel.

In een reactie ontkent Christine Mussche, de advocate van Vanessa Cantaert, dat er sprake zou zijn van ongeoorloofde contacten: “In geen 100 jaar, zelfs niet voor de koning. Als er gesprekken waren met het parket-generaal in Gent, dan was dat in het kader van een bemiddelingsprocedure met beide partijen om het niet tot een rechtszaak te laten komen. Ik heb ook altijd opgetreden in het belang van mijn cliënte. Het gaat over haar professionele tewerkstelling en haar ziekteverlof. Mevrouw Cantaert is door de hele zaak opnieuw in ziekteverlof en is nu niet aan het werk. Ze heeft bij haar eerste verklaring spontaan aangegeven dat ze een aantal berichtjes heeft gewist uit schaamte en woede. Als er al sprake was van wederkerigheid, was dat omdat ze haar overste op een beleefde manier op afstand wilde houden. Het hof van beroep heeft haar daarin volledig gevolgd. Of alle berichten in het dossier zaten of niet was irrelevant. De berichten die in het strafdossier zaten, waren duidelijk voldoende ongepast en ontoelaatbaar in een arbeidsrelatie tussen een hiërarchisch leidinggevende en een ondergeschikte medewerker.”

Toegegeven

De Gentse procureur-generaal Erwin Dernicourt benadrukt in een reactie dat het gerechtelijk onderzoek van Sabbe door het parket-generaal in Antwerpen en niet in Gent werd gevoerd. “De contacten die er waren met mevrouw Cantaert in Gent gingen over een poging om tot een bemiddeling te komen. Maar dat is niet gelukt. Mijn toenmalige chauffeur L.B. trad op als vertrouwenspersoon van haar, hij was erbij toen ze haar klacht indiende bij mij en kende dus haar zaak. Er was voldoende bewijs, ook zonder gewiste berichten. Johan Sabbe heeft toegegeven dat hij haar aangeraakt heeft en hij heeft zich daarvoor verontschuldigd. Daar veranderen de berichten niets aan.”

 

Artikel uit HLN, 7 juni 2024

Foto: © HLN Fotomontage / Simon Mouton / Wannes Nimmegeers / Maarten De Bouw / Photo News / ID / Gettyimages

Lees meer
De Standaard, 4 mei 2024

Advocaat van Roger Vangheluwe: “Justitie zelf hielp onderzoek naar misbruik in de kerk om zeep”

“Het onderzoek naar misbruik in de kerk is dood. Maar de begrafenis wordt altijd opnieuw uitgesteld.” Joris Van Cauter, de advocaat van bisschop Roger Vangheluwe, noemt de Operatie Kelk een grote mislukking. En dat is volgens hem de schuld van justitie, en niet het gevolg van een doofpotoperatie.

Mark Eeckhaut

Joris Van Cauter is sinds 14 maart 2012 als advocaat van de gevallen bisschop Roger Vangheluwe betrokken bij Operatie Kelk, het gerechtelijk onderzoek naar seksueel misbruik in de kerk en naar het bestaan van een doofpotoperatie. Na het ontslag van de bisschop in april 2010 kwam een tsunami aan onthullingen over misbruik in de kerk op gang. “Er is historisch gezien veel seksueel misbruik geweest binnen de kerk. Dat kan niemand ontkennen. Vroeger was de kerk overal: in de sportclub, de zorg, de jeugdbeweging, op school. Vandaag is de kerk daar veel minder aanwezig of zelfs verdwenen, maar het misbruik is niet weg. De machtsrelaties zijn verschoven. Maar het zijn vandaag nog altijd mensen die macht hebben – leraren, politici, mediafiguren – die zich aan misbruik bezondigen. Macht is het sleutelwoord.”

Van Cauter is er oprecht van overtuigd dat er geen doofpotoperatie in de kerk bestaat of bestaan heeft. “Het klopt wel dat de kerk tot 20 jaar geleden en allicht ook daarna niet wist hoe om te gaan met seksueel misbruik in eigen rangen. Maar dat was niet alleen in de kerk het geval. Het bewustzijn over de ernst van misbruik is in de maatschappij sterk geëvolueerd.”

Op 24 juni 2010, toen Operatie Kelk van start ging, was u nog niet betrokken bij de zaak?

“Toen de speurders binnenvielen in het aartsbisschoppelijk paleis en de Sint-Romboutskathedraal, zag ik zoals iedereen die avond op televisie hoe de politie dozen met documenten uit de ramen van het aartsbisschoppelijk paleis gooide. En ik hoorde in de media hoe ze de crypte van kardinaal Mercier hadden opengemaakt op zoek naar zogezegd verborgen geheime documenten. Ik maakte me toen al de bedenking dat een onderzoek dat gevoerd wordt met de camera’s erbij, gedoemd is om te mislukken. Na de bekentenis van Vangheluwe dat hij zijn neef had misbruikt, spoelde een golf van terechte verontwaardiging over ons land. Maar justitie moet boven die verontwaardiging staan. En dat heeft ze met Operatie Kelk niet gedaan. De gretigheid waarmee justitie van start is gegaan, was de basis van foute beslissingen.”

Wat was volgens u juridisch fout met die huiszoekingen?

“Als de onderzoeksrechter bij iemand thuis een huiszoeking doet, moet hij concrete aanwijzingen hebben dat daar bewijzen zijn te vinden voor het misdrijf dat hij onderzoekt. Een onderzoeksrechter mag niet zomaar in iemands huis binnengaan om daar eens rond te neuzen. Eerst moet op papier staan wat hij onderzoekt en over welke aanwijzingen hij beschikt.”

“Maar de enige aanwijzing waarover de onderzoeksrechter toen beschikte, was een warrige verklaring van Godelieve Halsberghe die tussen 2000 en 2009 de voorzitster was van de commissie seksueel misbruik in de kerk. Zij had horen zeggen dat er ‘geheime dossiers’ over seksueel misbruik verborgen lagen in de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen. Een broodjeaapverhaal, waar ze later op terugkwam. Maar voor de onderzoeksrechter volstond dat om de politie overal huiszoekingen te laten verrichten. Dat is juridisch niet correct.”

De kerk heeft meteen na het begin van Operatie Kelk geprobeerd om de huiszoekingen door een hogere rechtsinstelling nietig te laten verklaren. Waarom niet het hoofd buigen en meewerken aan het onderzoek?

“Als er een juridische procedure tegen u gevoerd wordt, is op de grond gaan liggen en over u heen laten lopen geen optie. Een verdachte moet dan zijn stem laten horen en zeggen dat de fundamentele principes er voor iedereen zijn. Ook voor de kerk. Dat heeft niets te maken met verantwoordelijkheid ontvluchten. De kerk heeft al meteen na het ontslag van Vangheluwe in een pastorale brief van mei 2010 haar verantwoordelijkheid erkend en expliciet gezegd dat ze de ernst van het misbruik en de gevolgen ervan onvoldoende heeft onderkend en in het algemeen is tekortgeschoten.”

“De commissie-Adriaenssens was in april 2010 aangesteld door de kerk om slachtoffers hun verhaal te laten doen. Die commissie leverde ernstig werk, daar was iedereen het over eens. Maar ook haar dossiers zijn die 24ste juni in beslag genomen. Het gerechtelijk onderzoek heeft het werk van die commissie onmogelijk gemaakt. Er zijn in de jaren daarna verschillende arbitrageprocedures opgestart door de kerk om te proberen met de slachtoffers tot een financieel vergelijk te komen. Op die manier zijn veel mensen geholpen en vergoed geweest. Nu wordt dat allemaal onder de mat geveegd. De kerk is nochtans heel ver gegaan. Ook in zaken die lang verjaard waren of voor de rechtbank niet bewezen waren, zijn vergoedingen betaald. Dat is uniek.”

Advocaat Walter Van Steenbrugge die optreedt voor een groep slachtoffers, zegt dat al kort na het begin van Operatie Kelk binnen het gerecht in samenspraak met de kerk clandestiene zittingen zijn opgezet om het onderzoek te saboteren?

“Hij heeft het dan over de zittingen van de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) waarbij de huiszoekingen van Operatie Kelk nietig zijn verklaard. Ik hoor meester Van Steenbrugge zeggen dat dit du jamais vu is. Nochtans is hij de eerste om de nietigheid van een onderzoek te vragen als hij een cliënt verdedigt bij wie de politie 200 kilogram cocaïne vindt, maar waarbij de huiszoeking er op een foute juridische basis is gekomen.”

“Dat bij twee zittingen van de KI in 2010 de burgerlijke partijen – in casu Van Steenbrugge – niet werd uitgenodigd voor de debatten over de nietigheid, vindt hij reden genoeg om te spreken over clandestiene zittingen. Terwijl de discussie over of de slachtoffers aanwezig mochten zijn op die zittingen, louter een discussie is over de interpretatie van de wet die dat regelt.

“In een latere fase van de procedure ben ikzelf als advocaat van Vangheluwe ook een keer niet uitgenodigd door de KI. Ik ben naar het Hof van Cassatie gestapt en dat heeft ons gelijk gegeven. Maar ik heb toen niet geroepen dat die eerste zitting ‘clandestien’ was. Er zijn advocaten die iedere zaak die niet verloopt zoals zij dat wensen, een falen van justitie noemen en zeggen dat het systeem ‘rot’ en ‘corrupt’ is. Ik doe daar niet aan mee.”

“Van Steenbrugge heeft het ook over een derde ‘clandestiene’ zitting waarbij de KI in maart 2014 besloot het in beslag genomen archief van het aartsbisdom terug te geven. Die dozen met documenten hebben bijna vier jaar op de griffie gelegen, zonder dat Van Steenbrugge ze is komen inkijken. De speurders hebben er de relevante stukken uit gekopieerd. Daar is niets bezwarends in gevonden. Daarna heeft het aartsbisdom die stukken teruggevraagd en teruggekregen. Ook daar is niets clandestiens aan.”

Walter van Steenbrugge is niet de enige die vermoedt dat de kerk druk heeft proberen uit te oefenen op het gerechtelijk onderzoek. De Hoge Raad voor de Justitie heeft Operatie Kelk doorgelicht en stelde in zijn rapport van 16 april dat er ‘indicaties’ van druk zijn vanuit de kerk op het gerecht.

“De Hoge Raad is dat onderzoek begonnen na de commotie die de uitzending Godvergeten in september 2023 heeft veroorzaakt. Ik heb gevraagd aan de Hoge Raad om ook gehoord te worden, vergeefs. Blijkbaar was het principe van woord en wederwoord niet zo belangrijk, want de Hoge Raad heeft wel uitgebreid met meesters Van Steenbrugge en Mussche gepraat. Misschien moet ik dat voortaan een clandestiene zitting van de Hoge Raad noemen? (lacht). Ik ben ontgoocheld over dat rapport. De Hoge Raad schrijft in zijn conclusies dat hij geen formele bewijzen heeft dat de kerk druk heeft uitgeoefend. Maar door het op die manier te zeggen, suggereer je natuurlijk wel dat er iets aan de hand is. Voor de rest gaat de Raad niet verder dan het herhalen van enkele onbewezen roddels.”

“De Hoge Raad is zelf in opspraak gekomen door fraude bij het magistratenexamen. Ik stel me de vraag of de Raad na die fraude nog wel recht van spreken heeft. Hij had na dat schandaal beter de eer aan zichzelf gehouden en collectief ontslag genomen.”

Een van de aanbevelingen van de parlementaire commissie misbruik die donderdag haar conclusies voorstelde, is dat er na de verkiezingen een nieuwe parlementaire commissie komt die onderzoekt of de kerk Operatie Kelk heeft gesaboteerd?

“Ik denk niet dat dit veel zin heeft. Onderzoekscommissies zijn er in eerste instantie om politieke verantwoordelijkheden te bepalen, niet om misdrijven vast te stellen. Daarvoor dient een strafonderzoek. Maar een strafonderzoek openen op basis van roddels, wat is daar de zin van?”

Het onderzoek-Kelk werd 14 jaar geleden opgestart. Kan het volgens u ooit nog tot iets leiden?

“Veel slachtoffers van seksueel misbruik die tot op vandaag weinig of geen aandacht hebben gekregen, hebben voor een andere aanpak gekozen dan de juridische weg. Velen onder hen hebben erkenning en, in de mate van het mogelijke, financiële compensatie gekregen. Anderen hebben hun hoop in justitie gesteld. Zij zijn vandaag slechter af. Dat is niet de schuld van de kerk, wel van de verantwoordelijken van het gerechtelijk onderzoek en de ondoordachtheid waarmee ze aan hun onderzoek zijn begonnen. Velen hebben ook geloofd in de burgerlijke procedure die meester Van Steenbrugge heeft aangespannen. De paus en het Vaticaan zouden veroordeeld worden. Maar die procedure is gestrand voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zoals verwacht kon worden.”

“Misschien had justitie sneller duidelijkheid moeten scheppen en een pijnlijke boodschap brengen. Die boodschap is dat Justitie niets meer kan doen aan zaken die soms meer dan 50 jaar oud zijn. Het onderzoek naar misbruik in de kerk is dood. Het is alleen nog niet begraven. De begrafenis wordt altijd opnieuw uitgesteld, tegen beter weten in.”

 

Artikel uit De Standaard 4 mei 2024

Foto: © Frank Bahnmuller

Lees meer

Wij gebruiken cookies

Door deze website te gebruiken, aanvaardt u de cookies. Voor meer informatie, zie ons privacy- en cookiesbeleid